Volgende Gitariteit Vorige Gitariteit Gitariteiten Index

Motivatie

Een drijvende kracht achter je musiceren is je motivatie. Een open deur, want deze stelling geldt voor alles wat je doet: motivatie is een motor achter alles wat je doet.

Ik realiseerde me dat op een moment, dat die motivatie me ontbrak en mijn gitaarleraar Ed Westerik me niet geheel zonder humoristische ondertoon vroeg wat nou eigenlijk mijn motivatie was om gitaar te gaan spelen en specifiek dat bepaalde stuk.

De conclusie was dat ik met dat bepaalde stuk mezelf nogal masochistisch onder handen nam, veel problemen en heel weinig lol. Een echte motivatiedoder. Ik kon het daarna met een gerust hart laten liggen.

Zo’n opmerking zet je aan het denken. En zodra je dat doet zit je in een complex stukje menselijke psychologie.

Een vorm van motivatie dook op toen ik de beslissing nam om gitaar te gaan spelen, namelijk “goed voorbeeld doet goed volgen”, een paar klasgenoten speelden verdienstelijk klassiek gitaar en dat klonk zo leuk samen, dat een stille wens wakker werd om zelf ook te gaan spelen. Zo maar, zonder dat ik een idee had of het moei­lijk was of niet. Net zoals een verliefdheid, waarbij je jezelf niet afvraagt of een relatie überhaupt wel gaat werken, maar er gewoon voor gaat.

Uiteraard heb je meer motivaties. Ik wilde als stil en onopvallend figuur de show weleens stelen, en een gitaar leek me een leuk middel daartoe. Alleen nog zingen leren en het succes bij feestjes en kampvuren was verzekerd, zo had ik een paar keer gezien. Het spelen is altijd wel beter dan het zingen gebleven.

En zo had ik een bundeltje motivaties, soms tegenstrijdige, om het gitaarspel te beginnen en daarna in stand te houden. De balans daartussen bepaalt of en hoe je verder komt met je spel.

In het begin was mijn motivatie “stukken leren spelen”. Gewoon simpel, foutloos van begin tot eind. Liefst zoals je op de plaat kon horen. Niet dat er veel platen waren waarop beginnersstukjes stonden -Pieces pour les Jeunes Gitaristes was er zo een- maar het idee was duidelijk. Op naar de voetsporen van John Williams, Julian Bream, Ida Presti, de Romeros en andere gitaargrootheden uit mijn jeugd. Klakkeloze imitatie zonder individualiteit.

Later werd snelheid mijn motivatie. De metronoom tikte in het ritme van mijn ambitie: toonladders en arpeggios goed, maar zo snel mogelijk spelen. Techniek om de techniek en naar later bleek niet zozeer ten dienste van de muziekmaar meer voor de kick van het halen van persoonlijke records. De motivatie bleek destructief, ik raakte er zelfs geblesseerd van.

Weer een andere motivatie: schitteren op het podium. Ik studeerde me het rambam voor een optreden en kwam mezelf ieder keer weer tegen, tot ik op een paar gelegenheden mijn houding blijkbaar zo kon veranderen dat ik zelf net zo van mijn spel genoot als het publiek. Dàt is een openbaring! De enige manier om van plankenkoorts af te komen: lol hebben op het toneel!

Zo veranderen motivaties gaandeweg. Ze verdwijnen zelfs weleens, net zoals schrijvers soms een “writer’s block” krijgen, zo overkomt je als gitarist weleens een “musician’s block”. Ik ken dat wel, perioden dat een kleine hapering in het spel al voldoende is om de gitaar gefrustreerd in de koffer te sluiten (in de hoek gooien daar doe ik niet aan, slecht voor het houtwerk!), en je mopperend terug te trekken met het idee, dat je in al die jaren geen zak hebt geleerd.

In zulke perioden duiken er gelukkig ook onverwachte motivatoren op. Een goed gespeeld stuk gitaarmuziek op een van je CDs. De ijle klanken van een instrument die je bij een wandelingetje in de buurt opvangt en herkent. Het enthousiasme van één of meer muzikanten op het podium bij een voorspeelavond van je dochter.

Het is soms ook een kwestie van láten motiveren. Muziek heeft die kracht. Laat die haar werk doen.. Dat is per slot van rekening het werk van de Muze.. Inspireren en daardoor motiveren.