Volgende Gitariteit Vorige Gitariteit Gitariteiten Index

Techniek

Een oud spreekwoord zegt Oefening baart Kunst.

Dit klopt absoluut voor de gitaartechniek, maar in meer opzichten dan je op het eer­ste gezicht zou denken.

Het klinkt zo vanzelfsprekend: Oefenen is nodig om een vaardigheid aan te leren en te verfijnen. Aan het werk, jongens, oefenen maar met die gitaartechniek! Met vreugde en gezwinde spoed aan het werk! Etudes en toonladders, legato’s en arpeg­gio’s, tremolo en rasguado!

Mmmm.. Etudes? Alleen dat woord klinkt al saai. Kun je niet gewoon muziek maken? Da’s toch voldoende? Je moet problemen pas oplossen als ze er zijn! Da’s vroeg genoeg!

Wordt je muziek in dat geval al meteen kunst dan? Zonder oefening in je techniek? Dacht ik niet..

Om kunst te kunnen uitvoeren, moet je -ietwat ingewikkeld gesteld- je expressie­medium beheersen. Je kunt geen verhaal vertellen als je niet weet hoe je de woor­den uit moet spreken. Je kunt niet in een taal schrijven als je de grammatica en de structuur daarvan niet kent. Nee, een spelling- en grammar-checker aanzetten is niet voldoende!

Die beheersing krijg je met oefenen van je techniek.

Maar Oefening baart kunst, impliceert dat niet een beetje barensnood? Inderdaad, de uitdrukking is niet voor niks zoals ze is: oefenen kost ook moeite, zeker in een snel resultaatgerichte maatschappij waarin je eigenlijk niet eens mag ademhalen voor een eindsprint en resultaten ogenschijnlijk uit de hemel moeten vallen, want tonen dat iets moeite kost is uit den boze. Met als gevolg dat velen haast teleurgesteld zijn, dat het ook echt moeite kost.

Toen ik pas begon met gitaarspelen, had ik een hekel aan technische oefeningen. Toonladders.. dat is toch geen muziek? Toch zitten ze in alle stukken. Arpeggio’s, wat moet je daar mee? Toch is menig tokkeltje daarvan voorzien. Lastige Legato’s? Toch is menig loopje juist daardoor toch nog speelbaar op een lekker tempo.

Gaandeweg kreeg ik aardigheid aan technische oefeningen. Meer in sportieve zin, trouwens. Met een metronoom als graadmeter. En een blessure als resultaat. En daaruitvolgend weer een soort oefeningentrauma.

Na bijna dertig jaar gitaarspelen moet ik echter toegeven, dat ik door die aversie tegen het kale oefenen van techniek de nodige kansen gemist heb om echt muziek te kunnen maken. Je merkt het als kleine ergernissen bij technische slordigheden die quasi achteloos opduiken en met het oefenen van het stuk niet willen verdwijnen.

Ik ben dus weer met techniek oefenen begonnen. Als prettige gelegenheid om me op een bepaald aspect te concentreren in plaats van erover te struikelen.

Een goede raad aan iedereen die gitaar speelt: wacht niet zo lang met technische training als ik!

Oefening baart kunst!