Volgende Gitariteit Vorige Gitariteit Gitariteiten Index

Partijtje studeren

Ik heb vijftien jaar lang gitaar duo gespeeld in DOS Amigos. Uiteraard betekende dat thuis partijtjes oefenen voor de gezamenlijke repetitie. Nu vond ik dat best lastig, want je speelt dan in je eentje en bent slechts met een deel van het geheel bezig. Het valt dan niet mee om het hele plaatje in gedachten te krijgen. Gelukkig speelden we wekelijks samen, dus het was niet altijd erg dat de studie thuis wat minder effectief was.

In die tijd maakte ik al mijn duo partijen al aan met Musicator en Sibelius, dus het was in principe mogelijk om met de computer mee te spelen. Zelfs een metronoomklik behoorde tot de mogelijkheden. Echter, mijn computer stond in de huiskamer, en het is niet zo handig om de gitaar steeds van boven te moeten slepen en vrouw en kinderen te storen als ze beneden aan het TV kijken waren. Dus oefende ik mijn partijtjes alleen en studeerden we de duo’s gewoon wekelijks samen boven op zolder.

Later schafte ik een laptop aan voor de draagbare schrijverij en muziekzaken, maar toen was het gitaar duo al een behoorlijke tijd passé. Zodoende gebruikte ik de laptop niet voor het instuderen van ensemblepartijen.

Laatst kreeg ik via-via echter een verzoek. Tanja, een gitaarkennis uit het westen van het land die ook blokfluit speelt, wilde voor een masterclass bij Blokfluit Festival Nordhorn een stuk voor blokfluit en gitaar van Benedetto Marcello uitvoeren en had een begeleider nodig. Ik kende haar al van diverse gitaarfestivals in deze regio en wilde dat wel doen. Ik nam contact op en kreeg een PDFje van de bladmuziek van een Sonate voor blokfluit en becijferde bas.

Het bleek een arrangement van Daniel Benkö te zijn. Een Hongaarse gitarist die zo langzamerhand tegen de zeventig loopt. Ik herinner me nog een paar Hungaroton platen van hem toen ik pas klassieke gitaar begon te spelen en de platenzaken afstruinde naar materiaal: het was een voordelig Oostblok label –kostte rond een tientje- met aparte muziek van Slavische componisten zoals Valentin Bakfark. Hij had een beetje rauwe manier van spelen en zag er toentertijd op de platenhoezen enigszins uit als Demis Roussos in zijn (jonge) Aphrodite’s Child jaren (later werd deze Griek een stuk dikker). Ik was benieuwd of die scherpe kant ook voor zijn arrangementen van Marcello gold.

Er was een klein nadeeltje voor het project: de geografie. Tanja woont een dikke honderdveertig kilometer bij mij vandaan en vanwege tijd en afstand had ze tijd voor een enkele repetitie, vlak voor het festival. Tja, dan moet je dus goed voorbereid zijn om maximaal effectief te kunnen repeteren.

Het was wel een hele tijd geleden dat ik voor het laatst met een fluitiste heb samengespeeld. Even herinneren, dat was begin negentiger jaren. Grootste uitdaging was toen het speelvolume, het viel niet mee om voldoende luid tegenspel te bieden. Later heb ik nog wel iemand geholpen bij een muziekschoolexamen, maar dat was twee a drie repetities en toen was de klus klaar. En daarna… tja, 1 jaar Granados Duo en 15 jaar DOS Amigos tot 2007. Je zou denken dat ik daarmee aardig wat samenspeelroutine had opgedaan. Misschien niet op de goede manier, ik volgde meer dan dat ik assertief mijn rol speelde, maar luisteren kan ik in ieder geval nog wel.

Toch was deze gelegenheid anders dan een gitaar duo. Maar goed, als project was het leuk om samenspel weer eens op te pakken na negen jaar solo. Aan het werk dus!

Daarbij kwam de laptop met mijn trouwe Sibelius goed van pas. Als voorbereidend werk moest ik wel de complete Sonate eerst nog even invoeren. Had ik mooi weer een werkje voor de fluit-gitaar afdeling van de DOS Amigos Homepage. Uiteindelijk kozen we daaruit twee delen, een Largo en een Allegro.

Ik startte met het droge huiswerk, de gitaarpartijen uitzoeken. Hoe moet je de grepen pakken, hoe gaan ze in elkaar over? Dat is echt droog werk, ik miste daarbij het muzikale totaalbeeld een beetje. Discussiepunt is uiteraard of dat overzicht in die fase wel nodig is.

Toen ik een aardig idee had van de grepen, ben ik langzaam samen met de partij in Sibelius gaan oefenen. De fluitpartij op stevig volume, de gitaarpartij net hoorbaar en het metronoomspoor duidelijk hoorbaar aan. Eerst langzaam en dan gaandeweg opbouwen tot het gewenste tempo. Zo haal je direct de plekken er uit waar je moeite hebt met de timing, zodat je wat extra moet oefenen.

Daar dook een eerste communicatiepuntje op: wat is het gewenste tempo? Daar voeren hele volksstammen discussies over: Hoe snel is Allegro in de Barok, bijvoorbeeld? En daarnaast niet onbelangrijk: wat is haalbaar in de tijd die er rest?

Dat valt niet mee: hoe druk je het juiste tempo uit? In Maezel’s Metronoomtikken? Of met de uitdrukking “lekker rustig tempo” of “we doen het een beetje kalm aan, want Allegro is veel te snel”?

Om te beginnen heb ik Youtube eens afgezocht naar vooral een uitvoering van het Allegro. Snel gevonden, maarrrr, aiai, wat was dat bloedsnel! Dat tempo zou ik in die paar weken die er nog over waren niet eens halen! Dat hielp dus niet als aanknopingspunt…

Uiteindelijk bleek Tanja in de praktijk een iets ander gevoel te hebben over het tempo dan ik. Ik heb al vaker gemerkt dat mijn idee van tempo wat trager is dan dat van een solist. Volgende keer zal ik maar een mp3-tje met een tempovoorstel opsturen en daar dan naartoe werken. “Zo snel mogelijk” is immers een veel te glijdende schaal.

Ik heb thuis het tempo net zo ver opgedraaid totdat ik aan alle kanten vastliep. Achteraf denk ik dat ik me daarbij te veel heb gehaast. De gedachte aan vastlopen bleek namelijk vlak voor die tijd vrij slecht voor het moreel. Volgende keer moet ik geduldiger zijn met mezelf en gewoon van onderaf doorgaan!

Mijn uiteindelijke tempo werd “Vastlooptempo minus een tiental tikken”, vooral voor het Allegro. Een beetje glijdende schaal, dat wel, want thuis lukt het op gegeven moment wel met een computer die nooit mis-blaast, maar de praktijk is toch anders.

Dat werd duidelijk toen we voor de eerste keer met elkaar repeteerden, de vrijdag voor het festival. We begonnen met het Largo, en speelden het aan paar keer om aan elkaar te wennen. Het verschil met oefenen met de computer is vrij duidelijk: een computer ademt niet. Bovendien komt er ondanks het spel in mijn eigen stadion toch wat voorspeelspanning bij. Ik merkte dat zij dat ook ervoer, maar ja, het is dan ook de eerste keer. Gaandeweg ging het beter, met een hoger tempo dan ik had ingeschat. Maar ja, dat was alleen vervelend voor dat E akkoord op de vierde positie.

Het Allegro was aan de beurt. Nou dat was andere koek. We zaten met een dilemma: een te langzaam tempo kost veel adem bij de fluitiste, zodat je buiten adem kan raken, en bij een voor haar comfortabel tempo kon ik de vingers niet overal op tijd op de plek krijgen. Uiteindelijk leverden we beiden een aantal metronoomtikken in en konden juist door samen te spelen een paar belangrijke adempunten aanbrengen. Daar kan een computer je niet bij helpen!

Na een uurtje of twee rondden we de repetitie af en hoopten dat het genoeg zou zijn voor de masterclass.

Al met al vond ik het best inspannend, ik heb niet zo’n geweldige routine dat ik direct met iedereen soepel samenspeel. Voorbereiding en samenspel bleken anders en ik moest me donders concentreren. Gelukkig kon ik ’s avonds lekker op de bank een tukje doen met een CD van fluit met gitaar op de hoofdtelefoon. Lang geleden dat ik die gedraaid heb, maar goed, zo kwam ik mooi in de stemming.

Op de een of andere manier was het hogere tempo wel in mijn systeem blijven zitten. Dat merkte ik toen ik de dag daarop de partijen nog even wilde doornemen. Een deprimerende ervaring, dat wel, want het leek net alsof ik niks was opgeschoten. Tijd om te stoppen en het op zijn beloop te laten!

De masterclasses waren op zondag, de eerste al om negen uur. Uiteraard kun je niet op het laatst binnen komen vallen, dus vertrok in om acht uur richting Nordhorn en maakte een voorspoedige rit, niet gehinderd door carnavalswagens met panne rond Oldenzaal (ja, het was Carnaval, die zondag).

Het Blokfluitfestival Nordhorn is een initiatief van Kulturhaus Niet In Het Zwart (NIHZ), op dezelfde locatie als waar de gitaarfestivals worden gehouden. Het Blokfluitfestival maakte zijn zesde editie mee dit jaar. Ieder jaar slaagt de organisatie bestaande uit Bobby Rootveld en Sanna van Elst er weer in om bekende namen in de blokfluitwereld op de bühne en in de leslokalen te krijgen, en het concours wint aan bekendheid en aan deelnemers.

Tanja had masterclasses bij Michala Petri en Sabrina Frey. Michala Petri is een bekende en ervaren blokfluitiste uit Denemarken. Zij was in Nordhorn samen met haar duo partner, de Deen Lars Hannibal, die snaarinstrumenten bespeelt, waaronder gitaar, luit en theorbe. Sabrina Frey is een bekende Duitse blokfluitiste met als specialiteit barokmuziek. Zodoende trad ze met diverse bekende Europese barokensembles op.

Ik ben niet zo heel bekend met de blokfluitwereld, maar na wat rondzoeken op Internet bleek me dat het bekende sterren in het genre waren. Het was niet verbazingwekkend dat het Kulturhaus NIHZ voor de concerten bijna uit zijn voegen barstte.

Na een koffie met maximaal voetbad (dat krijg je als je het verkeerde knopje op een Senseo indrukt) was het tijd en stelden we ons vast op in het leslokaal, de oefenkamer van Sanna van Elst.

Michala Petri kwam binnen, gevolgd door haar duo partner die aangenaam verrast was om een gitarist in de masterclass aan te treffen. Dat bracht een alleraardigst element in!

De blokfluit masterclass werd een interessante mix van leerzame zaken voor zowel de houtblazer als de snarenspeler, zelfs ver buiten de reguliere speeltijd, want Hannibal ging off-line nog even door toen de volgende blokfluitist voor de masterclass zich bij Petri meldde.

Beide docenten bleken heel sterk in een intuïtieve en gevoelsmatige benadering van bijvoorbeeld stress, waardoor je het los kon laten en muziek durfde te maken. Wat een inzicht! Want inderdaad, een beetje stressy was ik wel. Lars Hannibal had daar een prima oplossing voor: Take it easy! En dat gold ook voor de niet functionele noten in de begeleiding, waardoor de angel uit dat nare E akkoordje werd getrokken, want een driedubbele E was eigenlijk niet zo nodig. Wat maakte dat ontzettend veel uit!

En zo leer je een beetje hoe je muziek van binnen uit kunt laten komen, hoe je de flow oppakt en daarbij minder let op je missers en zekerder gaat spelen. Je leert ook niet te veel energie te steken in uitbundige bewegingen. Je gaat even terug naar de basis, de becijferde bas en leert dat toevoegingen en kleuren sterk afhangen van de arrangeur, maar dat de bas(is) leidend is. En zo werd ik speels maar effectief gewezen op de spanning in mijn duim en handhouding, en dat het echt gemakkelijker kan zonder met opgetrokken schouders weg te kruipen.

En jawel, de stukken groeiden, het Adagio kreeg een golfbeweging en het Allegro kwam op een tempo dat ik ’s ochtends nog niet zag zitten. Het is geweldig om zo gemotiveerd te worden!

Ik had nog mooi even de gelegenheid om te vragen hoe je het beste je partij in je eentje in kunt studeren. Het antwoord was eigenlijk eenvoudig: Net zo gedetailleerd als je een solostuk instudeert. Dat vraagt dus echte inzet en geen gevoel van “ik ben alleen maar begeleider”. De rol van de computer zoals ik die gebruikt had, zag Hannibal niet zo zitten. Klopt ook wel, als je je partij zelf goed kent, heb je geen synthetische duo partner nodig tot je samen repeteert.

’s Middags stond de masterclass bij Sabrina Frey op het programma. Het was goed dat we door de ochtend masterclass al lekker waren opgewarmd, want daardoor sloten we beter aan op wat zij ons kon leren. Werken aan de swing in de muziek en de dynamiek, aan het elkaar een duwtje in de rug geven op de juiste momenten. Zodoende groeiden de stukken verder. We speelden ze op het laatst factoren beter dan op onze vrijdagrepetitie.

Kortom, het project eindigde met een geweldig positieve ervaring. Samenspelen is leuk!