Volgende Gitariteit Vorige Gitariteit Gitariteiten Index

Gitaarles

Als je meer dan dertig jaar met de gitaar bezig bent, kijk je gegarandeerd weleens terug naar de weg die je hebt afgelegd. Niet te veel, want Boudewijn de Groot zong het al "Wie steeds maar achteromkijkt, die valt op zijn gezicht". Maar als ik dat doe, dan kom ik bijna automatisch bij degenen die me het gitaarspelen hebben geleerd. Op het moment een bezigheid van retrospectieve aard, want ik heb op het moment helaas geen leraar.

Ik begon op mijn zeventiende als autodidact, ofwel als leraarsloze. Gewapend met een accoordenboekje en totale onwetendheid over muziektheorie maar wel voorzien van grenzeloos enthousiasme probeerde ik mijn vingers op de fretten te drukken zoals ik op foto's of bij live optredens had gezien. Mijn eerste vaardigheid was dan ook het spelen in E-mineur, ofwel het doen van slagjes op de losse snaren. Daarna kwam het meespelen met de radio en platen, eerst op een snaar en daarna warempel op meerdere snaren.

Toen ik eenmaal uit huis was vertrokken, kwam op gegeven moment het idee om gitaarles te nemen, ik schoot namelijk als autodidact totaal niet op. De heer Knoop, bladmuziekverkoper uit Enschede, gaf daar zonder het te weten een belangrijke aanzet toe. Ik was in zijn winkel aan de Noorderhagen een beetje aan het bladeren in gitaarmethodeboeken, in de hoop dat ik daar iets verder mee kwam. Ik had al een paar boekjes van Ilja Croon gezien, maar die zeiden me op dat moment niet genoeg. Toen kwam ik in een stapel de serie van Frederic Noad tegen. Gitaarmuziek met commentaar en plaatjes!

Er lagen toen drie boeken, The Renaissance Guitar, The Baroque Guitar en The Classical Guitar. Later zou er nog The Romantic Guitar bijkomen. Ik had een van mijn klasgenoten in Amsterdam weleens bezig gezien met The Classical Guitar iemand speelde eens voor de vuist weg Andante van Carulli daaruit, maar dat zei me toen weinig. Hoe dan ook, ik schoof The Baroque Guitar uit de stapel en begon ijverig te bladeren. Dat bleek de heer Knoop helemaal niet naar het zin. Op vinnige toon deelde hij mij mede, dat het niet de bedoeling was dat klanten in de voorraad zaten te grutten. Ach, wist ik veel in het zelfbedieningstijdperk? Eind van het lied was, dat ik van pure schrik die bundel van Noad kocht. Rip uit mijn lijf, dat wel!

Thuis bleek al snel, dat Noad's opmerking dat hij de stukken in volgorde van oplopende moeilijkheid had opgenomen reeds bij het eerste stuk -Menuet in G- tot frustratie leidde. Op dat moment kwam ik tot het inzicht dat er maar een ding op zat: les nemen om zo ver te komen dat ik die mooie muziek kon spelen.

Ik won informatie in bij de Enschedese Muziekschool en schreef me in als student. Omdat ik al student was, deelde men mij mee dat ik niet voor het laagste lestarief in aanmerking kwam, ook al zat mijn netto inkomen ver onder het allerlaagste bedrag dat op het aanmeldingsformulier stond. Goed, voor 350 gulden kreeg ik een jaar prive-les van een half uur per week, met aftrek van schoolvakanties uiteraard. Toen was dat best een bedrag voor mij, maar kom daar nu maar eens om, met euro's red je het nog niet eens! Ik had er weer een vaste budgetpost bij..

Er was wel een klein maartje... De Enschedese muziekschool wilde me graag aannemen vermits ik door de intaketest heen kwam. Zodoende toog ik op een mooie zaterdagmorgen naar het kantoor van de directeur, de heer Dekker, die hoogstpersoonlijk de test afnam. Hij vroeg me naar mijn motivatie, testte met de piano of ik de noten uit elkaar kon houden en liet me een aantal ritmes klappen om mijn gevoel daarvoor te checken. Later kreeg ik de rapportage, "muzikaal maar ritmisch wat slordig", een uitspraak die me tot in lengte van dagen zou achtervolgen. Maar er was fiat voor de start van mijn muzikale opleiding.

Ik kwam terecht bij Thea van der Meer, die daar pas als docente was begonnen. De eerste lessen was dat uiteraard aftasten. Ik ging er zeker in het begin met een beetje plankenkoorts naar toe, ik moest echt wennen aan het les krijgen en vooral het voorspelen op de gitaar. Mijn benadering van de muziek moest zich aanpassen, ik speelde altijd min of meer privé, maar als je effectief les wilt krijgen moet je de docent in staat stellen je fouten en beperkingen op dat vlak te laten zien, anders leer je nooit wat. Maar hoe doe je dat, als je bij het voorspelen eigenlijk niet af wilt gaan? Het bleek bij de muziekles enige tijd te duren voordat er een vertrouwensbasis was om fouten te maken en ook te laten corrigeren. Een verschijnsel dat ik sindsdien bij iedere leraar heb gehad.

Een van de eerste hobbels op mijn pad was de methode. Thea gebruikte de methode van haar eigen docent Louis Ignatius Gall, en ondanks het feit dat zijn methode merites heeft, zag ik die op dat moment totaal niet in. Mijn opzet was dat ik les nam om mooie stukken te spelen en niet om methodeboeken met saai ogende etudes door te worstelen. Ik geloofde heilig in de fuzzy en niet al te gestructureerde methode van vallen en opstaan met speelstukken. Thea ging er in mee, maar wist in haar in streepjes-notenschrift opgestelde notities toch nog voldoende oefenstof te verwerken op het gebied van arpeggio's, toonladders en legato's.

Een ander aspect dat ik overigens pas later opmerkte was het voorspelen bij de les. De ene stroming in de gitaardidactiek moedigt het aan: de student hoort hoe het moet gaan klinken, de andere stroming wijst het af, omdat het de student hindert om een eigen interpretatie te vormen. Thea speelde wel veel voor, maar lang niet altijd vond ze het ook leuk om te doen. Haar hart lag meer bij de Latin- en populaire muziek dan bij de klassieke gitaarliteratuur, getuige haar verzuchtingen over die lastige stukken van Bach die je tijdens de conservatoriumstudie moest spelen. Later las ik ergens dat ze gitaar, bas en saxofoon bij een Latin band was gaan spelen en zich opperbest vermaakte.

Onder haar leiding zette ik ook de eerste wankele stappen op het toneel, iets wat ik bij het onderwerp "Optreden" al heb beschreven. Ze deed ook een poging om te komen tot gelegenheidsensembles, bijvoorbeeld voor voorspeelavonden, maar dat werd geen succes. Je kunt geen duo maken van twee solisten, zeker niet als je samenspelen nog nooit hebt geoefend. Desbetreffende voorspeelavond was niet zo’n succes, we raakten zowat slaags.

De eerste jaren leerde ik zodoende noten lezen en breidde ik gaandeweg mijn repertoire in omvang en moeilijkheidsgraad uit. Het had nog jaren door kunnen gaan als er niks tussen was gekomen. Op gegeven moment verhuisde ik van Enschede naar Hengelo. De adreswijziging was nog niet verstuurd, of ik kreeg een brief dat ik de Muziekschool moest verlaten, omdat de gemeente Enschede geen subsidie verleende voor inwoners van Hengelo.

Ik moest dus afscheid nemen van Thea en op zoek gaan naar een andere docent. Dat viel in eerste instantie niet mee. Gelukkig was er bij mij in de buurt net een gitaarwinkel neergestreken: La Gitarra. Deze jongens hadden gitaarlessen in het pakket, ze huurden daarvoor conservatoriumstudenten in. Het was wel behelpen, want je kreeg les in het kantoortje achter de winkel, tussen de mappen, rekeningen en ordners met net genoeg ruimte voor een muziekstandaard.

Ik heb daar een les of drie gevolgd, toen het noodlot toesloeg: La Gitarra brandde helemaal af. Gevolg: einde van de lessen. Ik kon weer op zoek.

Een bezoekje aan de gitaarwinkel van Wagenvoort aan de Anninksweg in Hengelo bracht soelaas. Een zekere Rob Wagenvoort kon gitaar en saxofoonlessen verzorgen. Ik ging er naartoe en we spraken tijd en prijs af. Rob was eigenlijk saxofonist, maar wist ook zijn weg op de gitaar. In die tijd heb ik veel aan techniek gedaan, ook al droeg dat op zich weinig bij aan de opbouw van solo repertoire.

De belangrijkste bijdrage van Rob was evenwel het duospelen! Hij bleek een groot liefhebber van klassieke duo's en was uitermate blij iemand op les te hebben die daar belangstelling voor had. Zo leerden en speelden we duo's als de Bream/Williams krakers Duo in G van Carulli en L'Encouragement van Sor, plus nog een heel ritsje onbekenden. Het samenspelen bleek waarachtig leuk te zijn!

Helaas kwam er iets tussen: ik liep een tenniselleboog op, althans zo noemden ze het toen. Tegenwoordig zouden ze het een muisarm noemen, want ik had het gekregen achter een beeldscherm toen muizen nog een dure curiositeit waren en je de baas eigenlijk dankbaar moest zijn dat je met zoiets onhandelbaar MODERNs mocht werken. De dokter verbood mij tevens activiteiten zoals gitaarspelen en schreef me fysiotherapie voor. Pas na een maand of negen was ik weer ver genoeg om mijn lessen te vervolgen.

Helaas bleek Rob toen wegens huiselijke omstandigheden overspannen geworden, hij had al zijn lesactiviteiten stopgezet. En daar sta je dan weer!

Ik ben toen nog heel even bij Thea terug geweest, maar eigenlijk was het geen werkbare situatie. Ze had wel een tip: probeer het eens bij Ed Westerik, die wil een prive-lespraktijk opstarten.

Ik heb hem gebeld en moest eerst op auditie komen. Dat was apart, ik had dat nog nooit meegemaakt. Later bleek wel waarom dat was, de prive-lespraktijk was een liefhebberij van hem (hij had werk zat op diverse muziekscholen) en hij wilde voor die gelegenheid leerlingen die goed gemotiveerd waren en waarbij het profijt van de lessen wederzijds kon zijn. We maakten kennis, de auditie lukte en ik kon gelijk beginnen.

Dat werd een traject van vele jaren, waarbij niet alleen de techniek van het spelen aan de orde kwam, maar ook alle aspecten van het muziek maken zelf. Aspecten zoals "hoe voel je jezelf als je speelt", "wat breng je over?", "wil je eigenlijk wel iets overbrengen?" "hoe communiceer je met een publiek?" en vele andere zaken die voor sommigen misschien soft overkomen, maar zonder meer de essentie van het musiceren raken, een ongelooflijk interessante maar ook zeer complexe materie. Een aantal van die zaken heb ik in het onderwerp "Optreden" al aangegeven. Soms waren de lessen echt confronterend, maar altijd in een vertrouwde en goede sfeer, waarbij de boodschap ook echt over kon komen. Ik heb veel van Ed's lessen geleerd, niet alleen over de muziek, maar gek genoeg ook over mezelf. Muziek en muzikant zijn nu eenmaal verweven.

Op gegeven moment raak je op en ook over de toppen van je technische kunnen. Wees dan niet ongerust dat de muziek aan het einde van het verhaal is, want met musiceren kun je tot het einde van je bestaan bezig zijn.

Ik was dat ook zeker van plan met de gitaarles: op naar het pensioen! Helaas bleek dat Ed al eerder wilde stoppen, omdat het leven toch te druk werd voor een prive-praktijk ernaast. Tot mijn verdriet (wat je als kerel natuurlijk niet al te veel laat blijken) stopte hij de lessen per juli 2004.

Johan Cruyff poneerde het al "elk nadeel heb se voordeel". Het voordeel was dat ik merkte wat er met mijn gitaarspelen gebeurde zonder lessen. Op dit moment is het mij heel duidelijk wat voor functie de gitaarles ook heeft, namelijk een regelmatig richtpunt voor geregeld studeren. Populair gezegd "een stok achter de deur!" Ik moet eerlijk toegeven dat ik het op dit moment het een beetje moeilijk heb om regelmaat en structuur in mijn gitaarstudie te houden.

Kortom, ik zou eigenlijk weer les moeten nemen. De vraag blijft nu: bij wie?

Wel, daar ben ik inmiddels uit! Tijdens het eerste Twents Gitaarfestival vond ik een nieuwe leraar. Robert Horna is een tijd ijverig aan het werk geweest om alle onnauwkeurigheden die door de jaren heen in mijn spel zijn geslopen weg te werken. Een verfrissende ervaring!

Tot mijn verdriet besloot Robert terug te verhuizen naar Polen. Gelukkig heeft Jaap Majoor het stokje overgenomen, zodat ik door kan met een nieuw elan op de gitaar!