Volgende Gitariteit Vorige Gitariteit Gitariteiten Index

On Stage Again...

Muziek moet je delen, dat is het credo van de gitaarmuziekpedagoog Aaron Shearer. Dat betekent (van tijd tot tijd) optreden. Ik vind dat ook leuk om te doen, ook al is (gelukkig) de drang om dat koste wat kost te doen een stuk minder geworden.

Het was alweer een tijdje geleden dat ik had opgetreden, sinds het uit elkaar vallen van de Gitaarkring had ik de planken niet meer betreden.

Maar er kwam weer een gelegenheid, het open podium bij Kulturhaus NIHZ in Nordhorn. Hier kon je gewoon naar toe gaan - toegang vrij! - en aangeven dat je iets wilde spelen. En dan kreeg je ongeveer een kwartiertje op het podium. Niet verplicht overigens, het is ook leuk om gewoon naar mede-muzikanten te luisteren.

Welgemoed ging ik op weg met de bladmuziek van Sonate Ms 87 van Paganini en een paar andere nummers voor de zekerheid. Vol ambitie om een lekker stukje weg te spelen.

De avond was goed bezet. Een groep jonge gitaristen en een stuk of zeven solisten (:-) waaronder deze gek) kwamen hun stukjes spelen.

Een eerste keuzemoment is: "wanneer treed je op?" Bijt je de spits af of laat je de spanning een beetje oplopen? Wel, in dit geval lag het min of meer vast, de kinderen gingen eerst, want die konden het niet te laat maken.

Ik geef eerlijk toe, dat ik voor het spelen enigszins gespannen was. Raar, de laatste tijd kreeg ik dat pas op het toneel zelf. Ik treed niet vaak genoeg met de gitaar op om een duidelijke routine te hebben en een heel nieuw publiek is een onbekende factor.

Het was dan ook heel moeilijk om het filosofische concept Leef in het Nu in praktijk te brengen tijdens het optreden van mijn voorgangers. Onwillekeurig denk je aan hoe je straks zelf op het podium zit. En dat drijft de spanning ongemerkt op.

Tuurlijk, op zo’n moment kun je altijd je optreden nog afblazen onder het mom van Niet in de juiste Stemming voor een Optimale Prestatie of het bekende Jan Akkerman Nee, Sorry... ;-) maar daar kwam ik natuurlijk niet voor!

Dus ging ik na de eerste pauze het toneel op nadat ik voordien nog net wat tijd had gevonden om het stuk nog even door te nemen.

Om direct tegen een praktijkzaak op te lopen waar ik thuis nog nooit op geoefend had. De belichting!

De belichting was zeer sfeervol, maar toch had de rij LED meerkleurenspots zijn nadeel. De snaren en frets reflecteerden een schitterende regenboog (zou dat aan een verschil in brekingsindex voor verschillende kleuren licht in het transparante nylon liggen?), zodat het voor mij knap lastig werd om in dit kleurenspel bijvoorbeeld een G-snaar van een B-snaar te onderscheiden. Verder gebruikte ik bladmuziek. Die moet je kunnen lezen. En dat gaat behoorlijk moeilijk bij tegenlicht.

Dit zijn allemaal zaken waar je geen last hebt als je blind kunt spelen en daarbij ook nog zeker van jezelf bent. Maar als je zoals ik toch een beetje visueel ingesteld bent, kan dat onder stresscondities een handicap vormen. Een speler na mij anticipeerde daar wat assertiever op dan ik, hij vroeg gewoon om een schemerlamp om zijn bladmuziek te kunnen lezen! Slim! Daardoor kwam wel het publiek een beetje in het zonnetje zitten.

Omdat ik in Duitsland was, moest ik ook voorstellen en aankondigen in het Duits. Dat was even zoeken naar woorden! Nou ja, dan krijg je in ieder geval geen te lang verhaal.

Ik zette in met het Minuetto uit de Paganini Sonate. Het is wel een raar gevoel dat je toch lood in je vingers hebt. Ik slaagde er in om zonder harde onderbrekingen door te spelen, maar een bekende worsteling voelde ik in mijzelf wel degelijk. Dit is het effect van de strijd tussen de twee spelers in jezelf, die in The Inner Game of Music beschreven staat.

Gelukkig kon ik me met het mineurgedeelte een beetje herstellen, maar een gevoel van geweldige tevredenheid kreeg ik niet. Daar kreeg de negatieve pool uit The Inner Game of Music toch bijna de overhand! Gelukkig reageerde het publiek wel positief!

Op dat moment heb ik het Rondo maar even laten zitten en een afsluitend stukje gespeeld dat ik nog op de plank had liggen. Het publiek was tevreden, zo hoorde ik ook uit de reacties van de mensen achteraf.

Ikzelf was dat nogal wat minder... En hoe kwam dat nou?

In Pumping Nylon van Scott Tennant staat een citaat van een honkbalcoach John Wooden: Failing to Prepare is Preparing to Fail.

Daar zat het mis... Nu was het niet zo dat ik me totaal niet voorbereid had, ik had flink gestudeerd zodat ik het bijna uit mijn hoofd kende, ik had het stuk al eens voorgespeeld voor beperkt publiek, ik had het al eens opgenomen ter evaluatie en er zelfs masterclasses mee gedraaid. Maar de echte zwakke punten die bij die gelegenheden weggestudeerd leken, kwamen weer terug. Daar was dus iets niet helemaal goed gegaan.

Zodoende, als ik terugkijk, concludeer ik dat mijn voorbereiding niet optimaal was geweest. Na wat puzzelen wist ik ook waarin. Ik zou mezelf (en misschien jou ook) daarom de volgende hints kunnen geven:

  1. Maak bewust een programma. "Ik speel dat en dat stukje wel" is niet voldoende. Je moet echt kiezen wat je doet. Ook de toegiften! Zorg voor afzonderlijke werkkopieën van je stukken.
    ;-) Als ik stukken uit een boek moet zoeken, raak ik nog weleens afgeleid door andere stukken "ah, da’s ook leuk om te spelen". Concentreer je op het gekozen programma!
  2. Kies materiaal dat je goed aan kunt onder druk. Dat vraagt een dosis zelfkennis. Je kunt jezelf bij die keuze helpen door het stuk eens op te nemen en het na een minuut of tien terug te luisteren in de rol van publiek met de overweging: "zou ik als publiek het stuk zo kunnen waarderen?"
    Zo ja, probeer het dan! Zo nee, schat in of je het stuk op termijn voorspeelklaar krijgt. Lukt je dat niet, kies dan iets waar je nog verder boven staat. Een goed gespeeld "gemakkelijk" stuk doet jezelf en het publiek veel meer plezier dan een lijdensweg "op niveau.."
  3. Studeer tot je het gevoel hebt dat je een stuk met continuiteit en zonder aarzelingen speelt. Dat is een basis die paniek tijdens het voorspelen voorkomt. Pak daarbij de individuele aarzelingen aan.
  4. Verhoog de druk een beetje als je het stuk goed kunt spelen: Neem jezelf op en teken de punten aan waar je op de een of andere manier aarzelt. Pak ook daarbij de individuele aarzelingen aan. Je hebt nu een basis gelegd onder zekere druk.
  5. Oefen in de gitaarles niet alleen op het kunnen spelen van het stuk, maar ook op het kunnen uitvoeren! Meestal betekent dit een paar extra lessen om het stuk echt af te ronden. De pluszijde is een grotere zekerheid bij concertsituaties.
  6. Analyseer het stuk en bekijk de struktuur. Waar zitten de punten waarbij je kunt ademen en eventueel de rust weer terug kunt brengen? Teken die aan als je van blad speelt en onthou ze als je uit het hoofd speelt.
  7. Als je meerdere stukken gaat voorspelen, oefen het programma ook compleet. Las bewust rustpunten in tussen de stukken. Oefen de overgang, de adem en de inzet.
  8. Bekijk waar je gaat spelen en analyseer de situatie op het toneel. Let ook op de belichting, of die je hindert of niet. Als dat zo is, vraag de verlichtingsman dan om de instellingen aan te passen en desnoods wat floodlight te geven om het contrast te verminderen. Het kan niet zo zijn dat de sfeerverlichting jou als muzikant hindert. Toneelverlichting moet je helpen, niet tegenwerken.
  9. Als je van blad speelt, bekijk of je voldoende licht hebt om te lezen. Zo nee, vraag dan wat belichting (floodlight of subtiel spotlight), maar pas op dat je geen schaduwen op het papier werpt, want dan leid je jezelf met je eigen bewegingen af. Of koop een klein LED lampje voor op de muziekstandaard (pas wel op dat je het publiek niet in het zonnetje zet). Ook hier, het licht moet je helpen, niet tegenwerken.

:-))) Dat alles ga ik de volgende keer dus proberen!

Het Open Podium in Kulturhaus NIHZ werd trouwens een heelleuke avond, waar gitaristen allerlei muziekstijlen brachten. Ik hoorde Latin, fingerpicking, flamenco, blues en (bewerkingen) van popliedjes.

Een Samenspeels "met z’n allen" van La Bamba (Ritchie Valens) sloot een gezellige avond af.